Wie alleen naar de erelijst kijkt, ziet een olympische zilveren medaille, een Europese titel en vier overwinningen in de marathon van Amsterdam. Wie het verhaal van Gerard Nijboer vanuit Raalte bekijkt, ziet eerst iets anders: een jongen die voetbalde bij ROHDA en pas relatief laat ontdekte dat zijn echte talent niet bij de bal, maar op de lange afstand lag.
Nijboer werd op 18 augustus 1955 geboren in Hasselt en groeide op in Raalte. Hardlopen was aanvankelijk geen vanzelfsprekende keuze. Hij voetbalde en deed op school wel eens mee aan een loopwedstrijd, maar van een uitgestippelde atletiekcarrière was geen sprake. Pas op zijn zeventiende sloot hij zich aan bij AV Daventria 1906 in Deventer. Die vereniging zou zijn club blijven gedurende zijn hele actieve loopbaan.
Het is achteraf verleidelijk om in iedere vroege training al de latere olympische medaillewinnaar te zien. Zo werkt topsport zelden. Nijboer ontwikkelde zich stap voor stap. In 1979 liep hij de marathon van Enschede in 2.16.48 en werd daarmee Nederlands kampioen. Een jaar later veranderde alles.
Op 26 april 1980 stond hij aan de start van de marathon van Amsterdam. De olympische limiet was 2.14 uur. Nijboer liep niet een beetje onder die grens, hij verpulverde haar. Na 42 kilometer en 195 meter stopte de klok op 2.09.01. Op dat moment was alleen de Australiër Derek Clayton ooit sneller geweest. Voor Nederland was het een nieuw record; het zou pas in 2003 worden verbeterd.
Plotseling was de voormalige ROHDA-voetballer uit Raalte een marathonloper van wereldniveau.
Een olympisch jaar vol onrust
De Olympische Spelen van 1980 waren politiek beladen. Na de inval van de Sovjet-Unie in Afghanistan riepen de Verenigde Staten op tot een boycot van de Spelen in Moskou. Ook in Nederland werd daar stevig over gediscussieerd. Uiteindelijk gingen Nederlandse sporters uit verschillende sporten wel, terwijl andere bonden thuisbleven.
Voor Nijboer kwam daar nog een veel directer probleem bij. Zijn voorbereiding werd verstoord door een virusziekte. Hij verloor meerdere kilo’s en arriveerde in Moskou niet met het gevoel van een man die op het punt stond een olympische medaille te winnen. NOC*NSF beschrijft hoe hij ongeveer vier kilo onder zijn normale gewicht zat.
Op 1 augustus begon de marathon. Nijboer verwachtte geen wonderen. Na ongeveer tien kilometer zakte hij terug en hield hij rekening met een inzinking. Die kwam niet.
De Belg Karel Lismont sloot bij hem aan en samen begonnen ze weer naar voren te lopen. In de slotfase bevond Nijboer zich tussen de mannen die om de medailles streden. Titelverdediger Waldemar Cierpinski uit Oost-Duitsland bleek uiteindelijk te sterk, maar achter hem liep Nijboer naar zilver in 2.11.20. Het verschil aan de finish bedroeg slechts zeventien seconden.
Nederland won tijdens die Spelen drie medailles. Die van Nijboer was de enige zilveren.
Athene: van verrassing naar kampioen
Olympisch zilver kan een loopbaan definiëren, maar Nijboer bewees twee jaar later dat Moskou geen eenmalige uitschieter was. Op 12 september 1982 werd in Athene het Europees kampioenschap marathon gelopen.
De omstandigheden waren zwaar. Toch won Nijboer. De klok bleef staan op 2.15.16. De Belg Armand Parmentier werd tweede, Karel Lismont derde.
Er zit een detail in dat kampioenschap dat mooi past bij het karakter van de marathon. Tijdens de race moest Nijboer stoppen om een losse veter te strikken. Bij een baanwedstrijd kan zoiets fataal zijn; op een marathon van ruim twee uur is er tijd om een probleem op te lossen, zolang het hoofd rustig blijft en de benen goed genoeg zijn. Nijboer kwam terug en pakte de Europese titel.
Aan het einde van dat jaar werd hij uitgeroepen tot Sportman van het Jaar.
Daarmee was zijn plaats in de Nederlandse atletiekgeschiedenis definitief. Hij zou later nog deelnemen aan de Olympische Spelen van Los Angeles in 1984 en Seoul in 1988. In Amsterdam won hij de marathon uiteindelijk vier keer: in 1980, 1984, 1988 en 1989.
De Raalter lijn
Voor een landelijke sportgeschiedenis begint het verhaal van Gerard Nijboer misschien in Amsterdam of Moskou. Voor Raalte begint het eerder.
Hier groeide hij op. Hier voetbalde hij. Vanuit deze omgeving maakte hij als zeventienjarige de overstap naar atletiekvereniging Daventria in Deventer. De afstand tussen een jeugdveld van ROHDA en het olympisch stadion in Moskou is enorm, maar in zijn levensverhaal liggen die plekken wel degelijk op dezelfde lijn.
Dat maakt Nijboer ook decennia later bijzonder voor de gemeente. Raalte heeft veel succesvolle sporters en sterke verenigingen voortgebracht, maar tot op heden is hij de sporter met de olympische medaille.
Zijn Nederlandse record van 2.09.01 hield meer dan 23 jaar stand. Nog veel langer blijft het beeld bestaan van die marathonloper die verzwakt aan een olympische wedstrijd begon, onderweg dacht dat het mis zou gaan en uiteindelijk als tweede over de finish kwam.
En ergens vóór al die kilometers stond een jongen in Raalte gewoon nog op een voetbalveld.
Wie alleen naar de erelijst kijkt, ziet een olympische zilveren medaille, een Europese titel en vier overwinningen in de marathon van Amsterdam. Wie het verhaal van Gerard Nijboer vanuit Raalte bekijkt, ziet eerst iets anders: een jongen die voetbalde bij ROHDA en pas relatief laat ontdekte dat zijn echte talent niet bij de bal, maar op de lange afstand lag.
Nijboer werd op 18 augustus 1955 geboren in Hasselt en groeide op in Raalte. Hardlopen was aanvankelijk geen vanzelfsprekende keuze. Hij voetbalde en deed op school wel eens mee aan een loopwedstrijd, maar van een uitgestippelde atletiekcarrière was geen sprake. Pas op zijn zeventiende sloot hij zich aan bij AV Daventria 1906 in Deventer. Die vereniging zou zijn club blijven gedurende zijn hele actieve loopbaan.
Het is achteraf verleidelijk om in iedere vroege training al de latere olympische medaillewinnaar te zien. Zo werkt topsport zelden. Nijboer ontwikkelde zich stap voor stap. In 1979 liep hij de marathon van Enschede in 2.16.48 en werd daarmee Nederlands kampioen. Een jaar later veranderde alles.
Op 26 april 1980 stond hij aan de start van de marathon van Amsterdam. De olympische limiet was 2.14 uur. Nijboer liep niet een beetje onder die grens, hij verpulverde haar. Na 42 kilometer en 195 meter stopte de klok op 2.09.01. Op dat moment was alleen de Australiër Derek Clayton ooit sneller geweest. Voor Nederland was het een nieuw record; het zou pas in 2003 worden verbeterd.
Plotseling was de voormalige ROHDA-voetballer uit Raalte een marathonloper van wereldniveau.
Een olympisch jaar vol onrust
De Olympische Spelen van 1980 waren politiek beladen. Na de inval van de Sovjet-Unie in Afghanistan riepen de Verenigde Staten op tot een boycot van de Spelen in Moskou. Ook in Nederland werd daar stevig over gediscussieerd. Uiteindelijk gingen Nederlandse sporters uit verschillende sporten wel, terwijl andere bonden thuisbleven.
Voor Nijboer kwam daar nog een veel directer probleem bij. Zijn voorbereiding werd verstoord door een virusziekte. Hij verloor meerdere kilo’s en arriveerde in Moskou niet met het gevoel van een man die op het punt stond een olympische medaille te winnen. NOC*NSF beschrijft hoe hij ongeveer vier kilo onder zijn normale gewicht zat.
Op 1 augustus begon de marathon. Nijboer verwachtte geen wonderen. Na ongeveer tien kilometer zakte hij terug en hield hij rekening met een inzinking. Die kwam niet.
De Belg Karel Lismont sloot bij hem aan en samen begonnen ze weer naar voren te lopen. In de slotfase bevond Nijboer zich tussen de mannen die om de medailles streden. Titelverdediger Waldemar Cierpinski uit Oost-Duitsland bleek uiteindelijk te sterk, maar achter hem liep Nijboer naar zilver in 2.11.20. Het verschil aan de finish bedroeg slechts zeventien seconden.
Nederland won tijdens die Spelen drie medailles. Die van Nijboer was de enige zilveren.
Athene: van verrassing naar kampioen
Olympisch zilver kan een loopbaan definiëren, maar Nijboer bewees twee jaar later dat Moskou geen eenmalige uitschieter was. Op 12 september 1982 werd in Athene het Europees kampioenschap marathon gelopen.
De omstandigheden waren zwaar. Toch won Nijboer. De klok bleef staan op 2.15.16. De Belg Armand Parmentier werd tweede, Karel Lismont derde.
Er zit een detail in dat kampioenschap dat mooi past bij het karakter van de marathon. Tijdens de race moest Nijboer stoppen om een losse veter te strikken. Bij een baanwedstrijd kan zoiets fataal zijn; op een marathon van ruim twee uur is er tijd om een probleem op te lossen, zolang het hoofd rustig blijft en de benen goed genoeg zijn. Nijboer kwam terug en pakte de Europese titel.
Aan het einde van dat jaar werd hij uitgeroepen tot Sportman van het Jaar.
Daarmee was zijn plaats in de Nederlandse atletiekgeschiedenis definitief. Hij zou later nog deelnemen aan de Olympische Spelen van Los Angeles in 1984 en Seoul in 1988. In Amsterdam won hij de marathon uiteindelijk vier keer: in 1980, 1984, 1988 en 1989.
De Raalter lijn
Voor een landelijke sportgeschiedenis begint het verhaal van Gerard Nijboer misschien in Amsterdam of Moskou. Voor Raalte begint het eerder.
Hier groeide hij op. Hier voetbalde hij. Vanuit deze omgeving maakte hij als zeventienjarige de overstap naar atletiekvereniging Daventria in Deventer. De afstand tussen een jeugdveld van ROHDA en het olympisch stadion in Moskou is enorm, maar in zijn levensverhaal liggen die plekken wel degelijk op dezelfde lijn.
Dat maakt Nijboer ook decennia later bijzonder voor de gemeente. Raalte heeft veel succesvolle sporters en sterke verenigingen voortgebracht, maar tot op heden is hij de sporter met de olympische medaille.
Zijn Nederlandse record van 2.09.01 hield meer dan 23 jaar stand. Nog veel langer blijft het beeld bestaan van die marathonloper die verzwakt aan een olympische wedstrijd begon, onderweg dacht dat het mis zou gaan en uiteindelijk als tweede over de finish kwam.
En ergens vóór al die kilometers stond een jongen in Raalte gewoon nog op een voetbalveld.
